De gaven en hun doel (Efeziërs 4:7-16)

Efeziers 4:7-16

Vs 7: Paulus geeft aan dat we verschillende genadegaven hebben gehad, elkeen, maar niet in dezelfde mate (Rom. 12:6 ;1 Cor. 12: 8-10). Deze gaven hebben te maken met geestelijke kracht, die personen krijgen.

Vs 8-10: De woorden in Psalm 68:18-19 worden toegepast op de Here Jezus. In het Nieuwe Testament daalde Jezus Christus van Gods woning in de hemel naar de aarde. Na zijn dood en opstanding uit de dood, keerde Hij triomferend naar de hemel terug. Ook Jezus Christus voert gevangenen met Zich mee. (zie Hb2:14-15). Hij geeft gaven aan de gemeente.

Vs 11: Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel evangelisten als herders en leraars om de gemeente (het Lichaam) te helpen om te groeien. Hij geeft hier personen als gave, geen geestelijke kracht. Dit heeft Hij gedaan eenmalig en voor altijd.

1. Apostelen. Fundamentleggers. (Efe. 2:19,20 ; 3:5,6). Zij kregen inzichten en openbaringen om aan de gemeente van toen en nu door te geven. Die inzichten en openbaringen vormen het Nieuwe Testament.
Een apostel in het NT moest aan het volgende herkend worden
a) Ooggetuige van de opstanding van de Heer Jezus (Hand. 1:21,22; 1 Cor. 15:7,8)
b) Het verrichten van tekenen, wonderen en krachten (2 Cor. 12:12)

2. Profeten. Ook fundamentleggers (Efe. 2:19,20 ; 3:5,6). De huidige ‘profeten’ (1 Cor.14: 29; 1 Thess 5: 20,21) worden beoordeeld naar wat deze fundamentleggers hebben opgeschreven.

3. Evangelisten, verkondigers van het evangelie. (Han. 21:8; 2 Tim. 4:5)

4. Herders zijn opzieners (Hand. 20:28) en oudsten (1 Tim. 3:1,2)

5. Leraars, de waarheid systematisch en gezond onderwijzen vanuit het Woord.

Deze 5 personen gaf de Here Jezus eenmalig en voor altijd aan Zijn lichaam, de gemeente. Apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraars van deze tijd zijn onderworpen aan wat er staat geschreven door de fundamentleggers (apostelen en profeten van toen).

Vs 12,13: deze 5 personen moeten de gemeente tot geestelijke ontwikkeling brengen. Zij moeten de gemeente leren hoe deze moet functioneren. Zij hebben het toen gedaan. Evangelisten, herders en leraars moeten, met wat de fundamentleggers hebben opgeschreven, hetzelfde doen vandaag.

Vs 14: het gevolg is dat de gemeente een stabiele gemeente wordt en niet allerlei dwaalleringen gelooft.

Vers 15,16: zo een gemeente zal gezond groeien, omdat zij zich houdt aan de waarheid en die in liefde toepast. De gemeente groeit naar het beeld van Christus, die het hoofd is van de gemeente.

Bezoek ook de Facebook pagina van Beth Shalom

Comments

mood_bad
  • No comments yet.
  • Add a comment