Groot is onze God!

Image created by Stockvault
Publicatie met dank aan: De Stem / Herold-Schriftenmission e.V.

[Dutch] Genadig en barmhartig is de HEERE, geduldig en groot aan goedertierenheid.  De HEERE is voor allen goed, Zijn barmhartigheid rust op al Zijn werken« (Psalm 145:8,9).
Ik denk dat we allemaal wel eens hebben meegemaakt hoe vertederend kleine kinderen kunnen bidden.

Mijn zesjarige dochtertje vertelde me laatst, nadat ze bij een schoolvriendinnetje was geweest, hoe vreemd het voor haar was dat het gezin van haar vriendinnetje niet bad voor het eten. Ze was gewend dat we als gezin samen in gebed belijden dat we alles van God hebben ontvangen en Hem daarvoor de eer en de dank geven. En vaak willen onze kinderen God zelf met eigen woorden danken, waarbij ze nogal eens voor de vreemdste dingen danken of bidden – zoals de dank voor de lange slurf van de olifanten of dat er vandaag geen tomaten in het eten zitten.

De bovengenoemde Psalm 145 was voor het volk Israël een gebed dat vaak voor de gezamenlijke maaltijden werd uitgesproken. Toch is de inhoud van dit gebed niet zozeer de dank voor het dagelijkse eten maar gaat het over Gods niet-aflatende zorg voor alle dingen.
We leven in een wereld waarin nog nauwelijks rekening met God wordt gehouden ─ en als het wel zo is, zien velen het als zijn voornaamste taak om in de behoeften van de mensen te voorzien. Deze God heeft niets meer te maken met de almachtige, majestueuze en soevereine Koning der koningen die we in de Bijbel vinden. Hier in Psalm 145 zien we God zoals Hij werkelijk is en krijgen we een voorbeeld van hoe we op deze grote God en op zijn goedheid dienen te reageren.

David heeft hier de grootheid van God voor ogen, zijn geweldige macht en zijn heerlijke pracht. Hij roept iedereen toe dat God »zeer te prijzen« is en zijn »grootheid niet te doorgronden« (vers 3). We zullen Gods grootheid nooit volledig kunnen bevatten en desondanks worden we opgeroepen om zijn heerlijke pracht voor ogen te houden, over zijn wonderdaden na te denken en anderen over zijn heerlijkheid te vertellen. Bedenk eens alle heerlijke, grote en indrukwekkende dingen van deze wereld, tel die bij elkaar op en dan zul je toch nog steeds ver van Gods grootheid af zijn.

Maar David herinnert ons er ook aan dat deze alles overtreffende, grote, majestueuze en machtige God in goedheid en barmhartigheid boven alles uitstijgt: »Genadig en barmhartig is de HEERE, geduldig en groot aan goedertierenheid.  De HEERE is voor allen goed, Zijn barmhartigheid rust op al Zijn werken« (vers 8 en 9). Hoe zou het zijn als God deze prachtige eigenschappen niet bezat? Een God die almachtig en oneindig groot is, maar die zijn macht en grootheid zou gebruiken om het kwade te doen? Een verschrikkelijk idee, toch? Maar we hebben alle reden om God voor zijn grootheid te prijzen, zijn geweldige daden te verkondigen en over zijn verheven, heerlijke pracht te spreken, want Hij gebruikt zijn macht en ook zijn gerechtigheid om zich over zijn werken te ontfermen. God zorgt ook voor wat Hij geschapen heeft. (vers 15-16).

Er is zoveel goedheid in zijn macht en zoveel vriendelijkheid in zijn soevereiniteit maar toch vergeet David niet erop te wijzen dat Gods gerechtigheid en goedheid ook inhoudt dat Hij weliswaar allen beschermt die Hem liefhebben, maar ook dat Hij alle goddelozen zal wegvagen! (vers 20).

Elmer Klaassen, de oprichter van ‘De Stem’ schreef eens: »We hebben niet het recht de woorden van het oordeel over het hoofd te zien, zoals het ons ook niet is toegestaan om de woorden van het heil en de liefde naast ons neer te leggen. Als we alleen maar de woorden van troost uit het evangelie aannemen, maken we God niet tot de liefhebbende maar tot een goedmoedige God. Gods liefde is geen romance. Ze is een scheppende hartstocht die in ons het leven werkt dat we in Christus zien… . Hoe zouden we een God kunnen vertrouwen die aan het goddeloze (dat zijn heerlijkheid, gerechtigheid en heiligheid weerspreekt en zoveel schade aanricht) niet of nauwelijks aandacht schenkt?«

Op grond van deze feiten – op grond van hoe God is en wat Hij doet – is het vanzelfsprekend Hem te verhogen, zijn naam dagelijks en steeds weer te prijzen, zijn goedheid te loven en over zijn gerechtigheid en eer te roemen. Dat is de roeping van allen die in Jezus Christus de volle maat van de heerlijkheid van God hebben gezien en zijn heilige naam aanroepen (vers 18; vgl. Colossenzen 2:9; 1 Korinthiërs 1:2). Want hoe zullen de mensen iets van deze wonderbare God ervaren als we het voorbeeld van Jezus niet volgen en zijn naam niet aan de mensen laten zien opdat God in zijn goedheid en barmhartigheid ons getuigenis gebruikt om in de mensen reddend geloof en nieuw leven te scheppen (vgl. Johannes 17:6-8).

Vaak is ons getuigenis zwak, ons voorbeeld minder positief en denken we dat God ons nooit zal gebruiken. Laten we de houding van de kinderen aannemen die niet denken dat God iets groots van hen verwacht maar die (als haast vanzelf) iets groots van een oneindig grote God verwachten.

Comments

mood_bad
  • No comments yet.
  • Add a comment