Hoe belangrijk is Gods nabijheid voor me?

Image created by Photoangel
Publicatie met dank aan: De Stem / Herold-Schriftenmission e.V.

»Maar wat mij betreft, het is voor mij goed dicht bij God te zijn« (Psalm 73:28).

Iemand die pas verliefd is geworden kan het luid uitschreeuwen hoe goed de nabijheid van zijn partner voor hem is! Hij weet precies wat het betekent naar iemand te verlangen en van ieder moment met deze persoon te genieten. Het komt gewoon niet bij hem op om de tijd met zijn partner te verwaarlozen of met minder tevreden te zijn. Hij heeft een schat gevonden die hem heel veel waard is.

Maar hoe staat het met ons verlangen naar God? Zoeken we de nabijheid van God, willen we graag steeds meer van Hem hebben, Hem beter leren kennen? Of zijn we met minder tevreden?

Gods nabijheid is genade en verantwoordelijkheid
Mozes is een goed voorbeeld van iemand die Gods nabijheid zoekt. Wie dus een verlangen naar God heeft moet eens lezen wat Mozes deed, want hij genoot zo’n hechte vriendschap met God als voor de meesten van ons totaal onbekend is.

Meerdere keren werd Mozes door God persoonlijk naar de berg Sinaï geroepen om Hem daar te ontmoeten. Twee keer duurde deze gemeenschap zelfs 40 dagen (vgl. Exodus 24). God verlangde uitdrukkelijk dat Mozes alleen op de berg zou komen. Het volk Israël daarentegen dreigde te sterven als ze de berg maar zouden aanraken. Zo werden barrières opgericht die het volk op afstand moesten houden. De reactie van het volk laat ons echter zien dat ze niet zo’n sterk verlangen hadden om God in zijn heerlijkheid te ontmoeten. Ze bleven heel graag op afstand omdat alleen al de verschijning van God uit de verte hen als een gevaarlijk, verterend vuur voorkwam (vgl. Exodus 24:17). En het feit dat ze maar een paar dagen nadat ze God eenstemmig hun trouw hadden bezworen, deze belofte alweer verbraken en een afgod maakten, toont aan hoe weinig ze naar God verlangden en hoe gemakkelijk ze met een vervangende god tevreden waren.

Maar over Mozes wordt verteld: »De HEERE sprak tot Mozes van aangezicht tot aangezicht, zoals een man met zijn vriend spreekt« (Exodus 33:11). Het Hebreeuwse woord dat met »vriend« wordt vertaald heeft de diepere betekenis van een »bevoorrechte« of »geliefde« en beschrijft de hoogste vorm van gemeenschap die er is. Is er iets mooiers dan een vriend van God te zijn?

Nadat Jezus zijn discipelen het nieuwe gebod van de liefde gaf, sprak Hij hen aan als zijn vrienden en stelde hen tegelijkertijd een voorwaarde. Hij zei: »U bent Mijn vrienden, als u doet wat Ik u gebied« (Johannes 15:14). De echtheidstest voor ware vriendschap met Christus is dus gehoorzaamheid. Maar gehoorzaamheid zonder liefde is slavernij en zonder liefde is er geen gemeenschap. Daarom zegt Jezus ook: »Ik noem u niet meer slaven, want een slaaf weet niet wat zijn heer doet, maar Ik heb u vrienden genoemd, omdat Ik u alles wat Ik van Mijn Vader gehoord heb, bekendgemaakt heb« (Johannes 15:15). Een slaaf volgt gedwongen de bevelen van zijn meester op in de mate waarin die ze hem voorschrijft. Jezus spreekt bij zijn oproep echter over liefde: »Wie Mijn geboden heeft en die in acht neemt, die is het die Mij liefheeft« (Johannes 14:21).

Zoals Mozes hadden ook de drie bekendste discipelen van Jezus ─ Petrus, Jakobus en Johannes – het voorrecht om in vertrouwen het dichtst bij Jezus te staan. Ook al is deze positie op de persoonlijke keuze van Jezus terug te voeren, toont ze toch ook aan dat deze drie onder alle omstandigheden probeerden om zo dicht mogelijk bij Jezus te zijn! De plaats aan Jezus’ zijde was zo belangrijk voor hen dat ze bereid waren om al het andere op te geven!
Het volk van Israël daarentegen was niet bereid om God zonder compromis te volgen. Ze kenden God. Ze hadden zijn macht en zijn wonderen ervaren. Het was nog niet lang geleden dat Hij hen met machtige hand uit Egypte had geleid en voor hen een pad door de zee had gemaakt. Maar in plaats van onder de indruk te zijn en vervuld te zijn van het verlangen om de nabijheid van deze grote en barmhartige God te genieten, verlangden ze naar vis, komkommers, meloenen en knoflook (vgl. Numeri 11:5).

In Exodus 33:7 lezen we dat Mozes nadat hij het gouden kalf had stukgeslagen op Gods bevel de tent van God (de tent van de ontmoeting met God) buiten de legerplaats opzette. Deze scheiding was de logische consequentie van de ontrouw van Israël. Er volgde een nog grotere afstand tot God! Op deze manier maakte God het volk duidelijk hoe zeer de zonde de gemeenschap tussen God en zijn volk vertroebelt. Toch gaf God in zijn genade ieder die echt verlangen naar Gods nabijheid had de mogelijkheid uit het legerkamp te gaan om daar, in deze tent, gemeenschap met Hem te hebben (vgl. Exodus 33:7). Helaas lezen we over maar twee mensen die van deze mogelijkheid gebruik maakten: Mozes en zijn dienaar Jozua over wie gezegd wordt: »Jozua, de zoon van Nun, een jongeman, week niet uit het midden van de tent« (Exodus 33:11).

Gods nabijheid verandert
Toen het volk Israël zich tijdens de afwezigheid van Mozes van God afwendde en het gouden kalf aanbad werd God boos en zei tegen Mozes: »Nu dan, laat Mij begaan, zodat Mijn toorn tegen hen ontbrandt en Ik hen vernietig. Dan zal Ik ú tot een groot volk maken« Exodus 32:10). Maar Mozes’ moedige antwoord laat ons duidelijk zien wat er in zijn hart was: »Nu dan, of U toch hun zonden wilde vergeven! Maar indien niet, schrap mij alstublieft uit Uw boek, dat U geschreven hebt« (Exodus 32:32). Deze onzelfzuchtige bede van Mozes komt niet voort uit een emotioneel enthousiasme over het volk, noch zijn het de woorden van een grootmoedig hart. Mozes had voortdurend onder de ongehoorzaamheid en ontevredenheid van het volk te lijden (vgl. bijv. Numeri 11:12). Nee! Mozes’ verzoek ontstond doordat hij in zijn hart, zijn gezindheid en zijn wezen door God veranderd werd. Door het kennen van de levende God en door de steeds dieper wordende gemeenschap met Hem werd Mozes aangeraakt. Gods eer was voor hem zijn grootste zorg geworden en deze eer was verbonden met Gods belofte het volk Israël in het beloofde land te brengen. Daarom weigerde Mozes niet alleen om van zijn eigen voordeel af te zien, hij was zelfs bereid zijn bevoorrechte positie ten gunste van de eer van God en voor het welzijn van het volk op te geven.

Iets wat hier erg veel op lijkt vinden we in de woorden van de apostel Paulus die wenst »… vervloekt te zijn, weg van Christus, ten gunste van mijn broeders, mijn familieleden wat het vlees betreft. Zij zijn immers Israëlieten… « (Romeinen 9:3).

Dit zijn de woorden van iemand die God heeft erkend, die enthousiast is over God, die door Gods wezen is aangestoken en veranderd. Maar er moest in het leven van deze man heel veel gebeuren om dit enthousiasme voor Christus in zijn leven te ervaren. Vele jaren stond hij als Saulus van Tarsis bekend, een zeer gemotiveerd wetgeleerde ─ enthousiast over zichzelf en zijn prestaties, tot God hem tegenkwam en een nieuw mens van hem maakte. Paulus wist dat de gemeenschap met God nooit door eigen prestaties bereikt kan worden. Wat echt nodig was om met God gemeenschap te hebben is dat wat Christus door zijn offer aan het kruis tegen een hoge prijs verworven heeft.

Gods nabijheid is tegen een hoge prijs verworven
Ieder mens wijst van nature God af – of hij vindt de gemeenschap met God overbodig (zoals het volk bij de Sinaï) of hij gelooft dat hij die op grond van zijn eigen gerechtigheid kan bereiken (zoals Saulus van Tarsis). Daarom is gemeenschap met God alleen daar mogelijk waar de prijs voor de ongerechtigheid van de mens betaald is, waar de vijandschap tussen de mens en God weggedaan is, waar Christus plaatsvervangend en verzoenend ingrijpt.

Paulus, Mozes, Jozua, zij allemaal dienen ons niet als voorbeeld omdat ze een bijzondere mate van heiligheid zouden hebben bereikt op grond waarvan ze recht en aanspraak gehad zouden hebben om God te mogen ontmoeten, veeleer mochten ze de genade ervaren dat God hen ontmoette en hen tot gemeenschap met Hem riep.

Om iedere gedachte aan eigen verdienste teniet te doen zegt God tegen ons: »Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God; niet uit werken, opdat niemand zou roemen« (Efeze 2:8-9).

De gemeenschap met God is een gave van God aan de gelovigen op het fundament dat God gelegd heeft: de verzoening met God door het plaatsvervangende offer van Jezus Christus aan het kruis en door zijn volmaakte gerechtigheid die Hij aan alle gelovigen schenkt opdat ze in eeuwigheid voor God zouden kunnen bestaan.

Verzoening en gemeenschap met God zijn wonderen die ook vandaag nog gebeuren en waarvoor God een niet te overtreffen hoge prijs heeft betaald. En juist daarom moeten we de gemeenschap met God zoeken, die hoogachten en alles vermijden wat die bedroefd opdat we door de gemeenschap met God door zijn wezen worden aangestoken en tot zijn eer leven.
De schrijver van de Hebreeënbrief formuleert het zo: »Omdat wij nu, broeders, vrijmoedigheid hebben om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus, langs een nieuwe en levende weg, die Hij voor ons heeft ingewijd door het voorhangsel, dat is door Zijn vlees … laten wij tot Hem naderen met een waarachtig hart, in volle zekerheid van het geloof« (Hebreeën 10:19-20,22).

Comments

mood_bad
  • No comments yet.
  • Add a comment